Teela, een meisje uit haar klas, betrapt Anjani als ze zichzelf op de wc met een aardappelmesje aan het bewerken is. Ze kent het ‘snijden’ en al snel besluiten ze ‘bloedzusters’ te worden. Vanaf dat moment delen ze lief en leed met elkaar. Het verschil in leven is schrijnend. Waar Anjani in weelde leeft, moet Teela het met de schamele inkomsten doen die haar moeder, die illegaal in Nederland verblijft, binnenbrengt door roti te klaar te maken. Teela’s oom, die eindeloos belooft met de benodigde papieren te komen, buit haar moeder uit. En ook Teela zelf merkt zijn ware aard als hij niet van haar af kan blijven. Anjani zit met heel andere problemen. Haar ouders hebben de lelijkste jongen op aarde uitgekozen om haar aan uit te huwelijken. Chocoladelikeur, een tongpiercing, jongens en jonko’s zorgen voor tijdelijke afleiding. Tot Teela zwanger blijkt te zijn. Een abortus lijkt de enige oplossing.
De roman bestaat uit twee delen. Het eerste speelt zich in Den Haag af, het tweede in Mumbai. Het is eerste kun je nog het beste beschrijven als een mix tussen realisme en hedendaagse chicklit. Vooral omdat Bachnoe er de vaart in weet te houden.
‘Ik zal je een tori, verhaal vertellen,’ zegt Teela.
‘Beloof me dat je het verder vertelt.’
‘Wat voor verhaal,’ vroeg ik.
‘De tori van mijn ouders,’ antwoordde ze.
‘Oké. Beloofd,’ zei ik. Teela draaide zich op haar buik en begon te vertellen.
‘Weet je waarom ik in Nederland ben? Mijn pa had mama betrapt met een vriend. “Caught in the action.” Hij was totaal geflipt. Kierewiet geworden en had hen bijna vermoord. Mama is met mij het huis uitgerend en gevlucht naar Nederland. Daar stond de deal met de duivel te wachten. Roti’s bakken in ruil voor een verblijfsvergunning. Wat een leven. Oom Katahar is een echte satan. Ik zweer dat hij naar poep stinkt. Hij beloofde ons al een jaar geleden een verblijfsvergunning maar we hebben nog steeds niets gezien.
Zodra deel twee van boek begint, verandert ook de toon. Wie ooit een Bollywoodfilm zag, herkent de sfeer en de fantasie die kenmerkend is voor dit genre. Die cross-over tussen Bollywood en literatuur ben ik nooit eerder tegengekomen. Het geeft de auteur de ruimte om te laten gebeuren wat normaal gesproken niet kan. De tempowisselingen, de gesprekken met de doden, het groteske, alles valt op zijn plek. Tenminste zolang je bereid bent mee te gaan in de wereld die Orchida Bachnoe je voorschotelt. Wanneer je dat doet, beland je in een rollercoaster waarin de ene heftige scène de volgende hilarische afwisselt. Shaam Malaam, de Bollywood-tycoon die verantwoordelijk is voor de dood van Tara Ishara en haar geliefde, loopt voor het eerst tegen iemand aan tegen wie hij niet is opgewassen. Tara is uit op wraak en Anjani zal haar daarbij helpen op een manier zoals dat alleen in een Bollywoodfilm kan.
Met Azijn in mijn aderen heeft Orchida Bachnoe een nieuw genre aan de Nederlandse literatuur toegevoegd: Bollywood-chicklit. Al moet ik niet vergeten te vermelden dat deze zeer prettig leesbare roman vooral belangrijk is door de inhoud. Juist door de wereld van scholieren toegankelijk te beschrijven, ziet Bachnoe kans te wijzen op de schrijnende gevallen van zelfmoord in de Hindostaanse wereld. Azijn in mijn aderen zou verplicht gelezen moeten worden door middelbare scholieren. Wellicht dat daardoor ook eindelijk de stilte rond suïcide en de reden tot het plegen daarvan verbroken kan worden.
