In de Media

door A. Rampadarath Anjani en Teela zijn ondanks hun verschillende achtergrond elkaars hartsvriendin. Als hindoestaanse meisjes in Den Haag hebben ze elk hun eigen en gedeelde rituelen, waaronder zelfverminking. De dood van Anjani’s favoriete Bollywoodactrice, Tara Ishara, schopt hun tienerbestaan danig in de war. Romandebuut, opgedragen aan Anil Ramdas. Eerder verscheen van de schrijfster een verhaal in ‘Waarover we niet moeten praten’ (2007), een bundel van Surinaamse en Antilliaanse vrouwen. Het boek bestaat uit twee delen: Anjani en Teela, die allebei als ik-figuur hun verhaal vertellen. Hun stemmen bevatten echo’s van ‘The Catcher in the Rye’ en ‘Heavenly Creatures’, en dat doordrenkt met een pittige Bollywoodsaus en veel (Engelstalige) straattaal. De ogenschijnlijk humoristische novelle, volgens de uitgever een ‘satirische meidenroman’, heeft een serieuze ondertoon. Veel hindoestaanse problematiek komt aan bod. In een razend tempo wordt de lezer meegenomen in een ironische achtbaan van sprookje en nachtmerrie. Dit debuut is verrassend, verfrissend en veelbelovend. Zowel geschikt voor volwassenen als voor tieners, scholen en andere instanties die met jongeren te maken hebben. Gebonden uitgave in pocketformaat; met leeslint. Normale druk. Vanaf ca. 16 jaar.
door Karin Amatmoekrim Roman Om beladen onderwerpen bespreekbaar te maken, zoekt debutante Orchida bachnoe naar nieuwe vormen. Azijn in mijn aderen van de arabiste en journaliste Orchida Bachnoe is opgedragen aan schrijver en programmamaker Anil Ramdas, die dit jaar zelfmoord heeft gepleegd en Hindostaans was. Zelfdoding komt onder Hindostanen relatief vaak voor. In Suriname, waar de verschillende bevolkingsgroepen elkaar in alle openheid de maat nemen, is dit algemeen bekend. Zo algemeen bekend zelfs, dat het gif waarmee ‘koelies’ (een scheldwoord voor Hindostanen) zichzelf doden in de volksmond bekend staat als ‘Koelie Cola’. Zo openlijk als er gespot wordt met zelfmoord onder Hindostanen, zo gesloten is de gemeenschap er zelf over. Het don’t ask, don’t tell-principe geldt in Hindostaanse kringen ook voor andere verschijnselen zoals alcoholisme, huiselijk geweld en incest. Met haar debuut wil bachnoe zelfmoord onder jongeren bespreekbaar maken, terwijl ze ook de andere taboes in deze gemeenschap aanraakt. Het boek gat over twee Hindostaanse meisjes, klasgenoten op een middelbare school n Den Haag, Anjani komt uit eenn relatief rijk gezin waarin zij als enig kind onder de constante aandacht cvan haar ambitieuze ouders lijdt. Haar vriendin Teela woont met haar moeder in bij een oom die haar sexueel misbruikt. De twee meiden vinden elkaar in een algehele ontevredenheid en zelfhaat, en vluchten in zelfmutilatie, drank, drugs en seks. Derde hoofdpersoon van het boek is de geest van een aan zelfmoord overleden Bollywoodactrice die in de fantasie van Anjani verder leeft. Het boek is te vluchtig opgebvouwd om echt te ontroeren. Bachnoe heeft zich sterk gericht op de belevingswereld van jongeren, met de opppervlakkige luchtigheid die daarbij komt kijken. Het doel is een beladen onderwerp bespreekbaar te maken onder jongvolwassenen. Literair gezien is de roman niet erg geslaagd: de schrijfster laveert tussen een tienerroman en de daarbij passende melodramatische verteltrant, en een soort gedragen boekentaal die uit de mon van meisjes die seks hebben in ruil voor een joint, als een tang op een varken slaat. In het tweede deel gooit Bachnoe het roer drastisch om door haar personages te beschrijven alsof ze de hoofdrol spelen in een Bollywoodfilm. Dit kleurrijke, dik aangezette drama werkt vreemd genoeg beter dan het eerste deel. Misschien komt dat doordat Bachnoe hier nieuw terrein betreedt, of misschien zelfs een nieuw type boek creeert: Bollywood-chicklit, of iets dergelijks. Bachnoes debuut vormt daarmee een aanzet tot een interessante ontwikkeling. De waarde van het boek ligt vooral in het zoeken naar een nieuwe vorm die een nieuwe groep jongeren aanspreekt, een het aansnijden van onderwerpen die doorgaans vermeden worden, De schoonheidsfoutjes staan we oogluikend toe. Drie van de vijf sterren Orchida Bachnoe: Azijn in mijn aderen. In de Knipscheer; 144 pagina’; 18,50 ISBN 978 90 6265 693 6 [/themeum_collap] Door Miranda Fieret ‘Scholen bieden geen opening’ Orchida Bachnoe wilde dolgraag haar boek ‘Azijn in mijn aderen’ presenteren op een Haagse middelbare school. Thema van het boek is het hoge aantal zelfmoorden binnen de hindostaanse gemeenschap, met name onder jongeren. Toch heeft ze geen school bereid kunnen vinden om aan de presentatie mee te werken. “Ze bieden geen opening, het taboe blijft zo in stand”. Het heeft haar jaren gekost om het boek te schrijven, maar nu is het eindelijk af. ‘Azijn in mijn aderen’, het tweede boek van Orchida Bachnoe, stipt een groot taboe binnen de hindostaanse gemeenschap aan: zelfmoord. En dan met name zelfmoord onder jongeren. Het taboe blijkt groter dan ze zelf dacht. Want haar boekpresentatie moest noodgedwongen plaats hebben in de Tweede Kamer, terwijl de schrijfster eigenlijk een Haagse middelbare school voor ogen had. “Ik heb zelf mijn oude middelbare school benaderd. Toen ik daar geen gehoor kreeg, heeft stichting Dialoog namens mij twee andere middelbare scholen benaderd met veel leerlingen van hindostaanse afkomst. Ook daar kregen we geen groen licht”. Bachnoe snapt het niet. Wat een logisch vervolg zou zijn op haar boek, wordt al direct afgeketst. “Het boek schrijven was mijn grootste zorg. Daarna zag ik het eigenlijk al voor me. Ik wilde het hele land door om het thema onder de aandacht te brengen. Helaas, dat lijkt niet te lukken”. De Haagse gebruikte feiten en verwerkte deze in een fictief verhaal, speciaal geschreven voor tieners. Thema’s zijn zelfmoord en de verheerlijking hiervan in Bollywoodfilms. Eén op de vijf hindostaanse meisjes heeft ooit een zelfmoordpoging ondernomen, zo blijkt uit recente cijfers van de GGD. Het aantal ligt veel hoger dan bij meisjes uit andere etnische groeperingen. Bachnoe is erg geschrokken dat scholen haar niet de kans geven om dit probleem bespreekbaar te maken. “Ze bieden geen opening, het taboe blijft zo in stand. Terwijl juist op scholen de kans zich voordoet om te praten. Want heus, jonge suïcidalen geven signalen. We moeten dat leren herkennen”. Het Segbroek College, waar Bachnoe op school zat, meldde dat de schrijfster het volgend jaar nog maar eens moest proberen. “De rector is pas sinds begin dit jaar werkzaam op het Segbroek en heeft er nog geen beeld over kunnen vormen”, liet een woordvoerder weten. Andere docenten mochten niet met de pers praten over dit onderwerp. Ook het Johan de Witt College wilde de pers niet te woord staan. De vraag om een presentatie te houden heeft de persvoorlichter van ROC Mondriaan niet bereikt. Ze benadrukt dat maatschappelijke thema’s als deze wel degelijk aandacht krijgen. “Jaren geleden hebben wij al projecten gehad met zelfmoord onder jonge vrouwen als thema. Ik raad Bachnoe dan ook aan om contact met mij op te nemen”. Beschermd Volgens Bachnoe speelt het probleem al lange tijd. “Ik heb het vaker in mijn directe omgeving gezien. Vaak wordt er ook niet over gepraat als een familielid zelfmoord heeft gepleegd. Verschrikkelijk, zo sterft iemand een tweede dood. Samen met mijn nichtje heb ik in het verleden workshops georganiseerd met zelfmoord als thema. We werden direct geconfronteerd met de kern van het probleem. Hindostaanse meisjes worden erg beschermd opgevoed. Overal hebben ze toestemming van hun ouders voor nodig. Er worden hoge eisen aan de meisjes gesteld en soms kunnen ze daar nu eenmaal niet aan voldoen”. Bachnoe heeft het probleem van heel dichtbij meegemaakt. “Ik was vertrouwenspersoon en op een avond stond een meisje van 14 jaar aan de deur. Ze had veel te veel pillen geslikt. Daar zat ik even later bij de EHBO. Ik stelde mezelf steeds dezelfde vragen: wat als ze het nog een keer doet? En hoeveel meisjes voelen zich wel niet hetzelfde? Zo is het idee voor een boek geboren. Op deze manier kan ik in één keer veel meiden bereiken”. Mede dankzij haar boek zijn er door PvdAlid Arib opnieuw Kamervragen gesteld over het hoge aantal zelfmoorden. Ook de Haagse Stichting Hindustani herkent de problematiek. “Er hangt een taboesfeer rondom het thema”, erkent Surin Narain, vrijwilliger bij de stichting. “Veel hindostanen zijn bezorgd om wat de omgeving van hen zal denken. Zo ontstaan er situaties waarin broers en zussen elkaar niets meer vertellen als het wat minder gaat”. Stichting Hindustani probeert deze mentaliteit aan de kaak te stellen onder meer door korte sketches waarin mensen zichzelf kunnen herkennen. Hiermee maken ze bijvoorbeeld kindermishandeling en andere thema’s bespreekbaar. “Status is erg belangrijk. Je bent pas een goede ouder als je kinderen in het gareel lopen. Met deze opvatting wordt kinderen soms tekort gedaan. Waarom zou een kind geen apotheker kunnen worden, waarom moet dat meteen chirurg zijn?” Narain benadrukt dat dit niet alleen een probleem in de hindostaanse gemeenschap is. “We zien het ook bij Turkse en Marokkaanse gezinnen”. Bollywood Bachnoe ziet de Bollywoodfilm als één van de boosdoeners in de problematiek. “Zelfmoord wordt gepresenteerd als de oplossing voor je probleem. In de film ‘Bobby’ bijvoorbeeld, loopt een stelletje de zee in omdat ze vanwege een verschil in afkomst niet bij elkaar mogen zijn. Uiteindelijk worden ze door hun vaders gered. Of kijk naar de film ‘Itna sa khwab hai’. Je ziet het leven van jongeren op een middelbare school. Er verdwijnt er één en je hoort geschreeuw. Blijkt hij zijn polsen te hebben doorgesneden”. Pillen, ophanging, in zee storten: de schrijfster leest er talloze keren over in de krant. “Landbouwvergif wordt in Suriname al gekscherend ‘Koelie cola’ genoemd. Laatst las ik in een Surinaamse krant dat zelfs een 9-jarige een zelfmoordpoging had gedaan. In veel Bollywoodfilms wordt het theatrale aspect van zelfmoord benadrukt, ik denk dat dat effect heeft op jongeren. Het lijkt onderdeel van het leven”. Narain ziet het niet als verheerlijking van zelfmoord. “Ik vind het raar dat het zoveel gebeurt, dat wel. Het Hindoeïsme staat ook voor het geloof in reïncarnatie. Wanneer je zelfmoord pleegt, gaat je geest dwalen. Ik probeer nog steeds te achterhalen waarom het toch zoveel wordt gedaan. Ik denk dat het betekent dat deze jongeren geen uitweg zien. Het is hun laatste noodkreet”. [/themeum_collap] Azijn in mijn aderen gepresenteerd door Stuart Rahan Haarlem – “Wij willen niet dat onze school geassocieerd wordt met zelfmoord.” Een verbijsterende mededeling van schrijfster Orchida Bachnoe bij de presentatie van haar debuutroman Azijn in mijn aderen. Het fenomeen zelfmoord en pogingen daartoe onder jongeren is het thema van haar boek. Vandaar dat zij dit boek maar al te graag op een middelbare school wilde presenteren in het Nederlandse Den Haag. “Ik wilde dit taboe bespreekbaar maken, maar blijkbaar is ook de Nederlandse samenleving er nog niet klaar voor”, vertelde Bachnoe enigszins teleurgesteld. Uit statistieken blijkt dat binnen de Hindostaanse samenleving in zowel Nederland als Suriname het percentage zelfmoordgevallen relatief behoorlijk hoog is in vergelijking met de rest van de wereld. “Zelfmoordpogingen komen meer voor bij Surinaams-Hindostaanse meisjes dan bij Nederlandse meiden. Bijna een op de vijf Surinaams-Hindostaanse meisjes heeft ooit een poging gewaagd”, ontdekt hoofdfiguur Anjani op het internet. Moedig Volgens schrijfster Orchida Bachnoe heeft dit hoge percentage te maken met de psychische druk die Surinaams-Hindostaanse ouders leggen op hun kinderen. “Het leven bij Hindostanen gaat meer over uiterlijkheden. Een goede studie met een goede baan in het vooruitzicht. Kijk maar naar die en die, die bijvoorbeeld medicijnen studeren”, verwijt Bachnoe de ouders. Zij hoorde al jaren geleden regelmatig verhalen over dit fenomeen maar pas toen zij er direct bij betrokken raakte, besloot zij er een boek over te schrijven. De vriendin van een goede kennis had een overdosis aan pillen geslikt. Hij vroeg haar om met hen mee te gaan naar het ziekenhuis. Het was voor haar vreselijk om aan te zien hoe een jong meisje ten einde raad ervoor koos een einde aan haar leven te maken. Tijdens de discussie die na de presentatie plaatsvond, prezen de overwegend Surinaams-Hindostaanse aanwezigen haar moed om dit taboe te doorbreken. Na schrijfster Usha Marhé met haar boek Tapu syen waarin incest binnen de Surinaams-Hindostaanse gemeenschap aan de kaak wordt gesteld, gooit Orchida Bachnoe wederom een knuppel in dezelfde gemeenschap, maar nu over zelfmoord. Toch blijkt zelfmoord niet alleen een Surinaams-Hindostaanse aangelegenheid te zijn. In Nederland plegen per jaar ruim tweeduizend mensen zelfmoord van wie gemiddeld twee op een dag voor een trein springen. Dat is dan ook de reden waarom sommige aanwezigen zich niet konden voorstellen dat de scholen weigerden dit onderwerp bespreekbaar te maken. “Ze praten wel over loverboys, iets wat net zo erg is”, reageerde een geïrriteerde vrouw. Azijn in mijn aderen is een satirisch geschreven meidenroman over twee jonge Surinaams-Hindostaanse tieners van achttien jaar die weinig tot geen aandacht krijgen van hun ouders. Het enige wat van hen verwacht wordt, is dat zij goed presteren op school om de rest van de familie als het ware de ogen mee uit te steken. Anjani en Teela vinden elkaar als schoolvriendinnen en al vluchtend uit hun dagelijkse Haagse ellende belanden zij in het Indiase Bollywood. Het boek is ook een aanklacht tegen deze filmwereld die zelfmoord als het ware verheerlijkt. Het boek is uitgegeven door uitgeverij In de Knipscheer. [/themeum_collap] aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht over zelfdoding onder Hindostaanse meisjes (ingezonden 29 mei 2012). Vraag 1 Heeft u kennisgenomen van het boek «Azijn in mijn aderen» over de hoge zelfdoding onder Hindostaanse meisjes? Vraag 2 Herinnert u zich mijn eerdere schriftelijke vragen over zelfmoorden onder Hindostaanse, Turkse en Marokkaanse meisjes en suïcidaal gedrag van jonge migrantenvrouwen in Nederland? Vraag 3 Wat vindt u ervan dat ondanks eerdere antwoorden op mijn schriftelijke vragen, namelijk dat er voldoende aandacht is voor deze problematiek, uit het boek blijkt dat dit niet waar is? Wat is uw mening over het ontbreken van voorlichting, deskundigheid en hulp inzake zelfdoding bij Hindostaanse meisjes? Vraag 4 Is het waar dat scholen geen of nauwelijks aandacht schenken aan de problematiek rondom de hoge zelfdoding onder jonge migrantenvrouwen in Nederland? Zo ja, wat is uw mening hierover? Zo nee, waaruit blijkt het tegendeel dan? Vraag 5 Deelt u de mening dat een doelgroepspecifieke aanpak en voorlichting op middelbare scholen hard nodig is, naast adequate reguliere hulpverlening en toegankelijke geestelijke gezondheidszorg, om de hoge zelfdoding onder Hindostaanse meisjes en andere jonge migrantenvrouwen tegen te gaan? Zo ja, op welke wijze gaat u deze problematiek aanpakken? Zo nee, waarom niet? Vraag 6 Beschikt u over recente landelijk cijfers betreffende het suïcidaal gedrag van jonge migrantenvrouwen in Nederland? Zo ja, om hoeveel meisjes gaat het? Onder welke bevolkingsgroepen doet dit verschijnsel zich voor? Zo nee, bent u bereid hiernaar onderzoek te laten verrichten? Vraag 7 Is het waar dat suïcide, na verkeersongelukken, de meest voorkomende doodsoorzaak onder jongeren is? Zo ja, welke oorzaak ligt daaraan ten grondslag? Zo nee, waaruit blijkt dat? Vraag 8 Bent u bereid om te bewerkstelligen dat er bredere aandacht komt rondom zelfdoding binnen het onderwijs opdat jongeren geleerd kan worden om te gaan met deze problematiek en het onderwerp bespreekbaar wordt? Zo ja, op welke wijze gaat u dat doen? Zo nee, waarom niet? Vraag 9 Deelt u de mening dat veel professionals van hulpverleningsinstanties, zoals de jeugdzorg en de geestelijke gezondheidszorg, nog steeds onvoldoende geëquipeerd zijn om passende en verantwoorde zorg te bieden aan jonge migrantenvrouwen en met name Hindostaanse meisjes die te maken hebben met deze problematiek? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om professionals beter te equiperen om de hoge zelfdoding onder deze vrouwen en onder jongeren in het algemeen te beteugelen? Zo nee, waarom niet? [/themeum_collap] door Jannie Groen Bollywood verheerlijkt zelfdoding, scholen lopen weg voor de hoge suïcide onder Hindostaanse meisjes, constateert schrijfster Orchida Bachnoe. ‘Al heel lang’ werd schrijfster Orchida Bachnoe (47) in haar directe omgeving geconfronteerd met suïcidale Hindostaanse vrouwen. Ze hoorde verhalen van wanhopige meiden, die geleefd werden, hun dromen hadden opgegeven. Steeds weer werd ze geconfronteerd met kille statistieken over zelfmoordpogingen van de Haagse GGD, waarin Hindostaanse vrouwen sinds 1987 opvallen in negatieve zin. Haar behoefte het in haar cultuur ‘onbespreekbare bespreekbaar te maken’ werd urgent, toen op een dag bij haar de deurbel ging. ‘Op mijn stoep stond een 14-jarig meisje. Ze was in tranen, ze had pillen geslikt’, vertelt Bachnoe. Ze bracht het wanhopige meisje naar het ziekenhuis, naar de eerste hulp. ‘Ik was haar vertrouwenspersoon. Ik dacht, als zij mij niet zou hebben gehad, dan was het misschien wel heel slecht met haar afgelopen.’ Bachnoe schreef de roman Azijn in mijn aderen, die ze vandaag aanbiedt aan het PvdA-Kamerlid Kadija Arib, ‘omdat zij zich al jaren inspant om deze problematiek op de politieke agenda te zetten’. Azijn in mijn aderen is gebaseerd op ware verhalen en speelt zich af in Den Haag en in Mumbai, de stad van de Bollywood. De twee hoofdfiguren, Hindostaanse meiden, zijn beiden gek op Bollywood-filmsterren. Een van de sterren slaat (in een film) de hand aan zichzelf en blijft, als stem, rondspoken in het hoofd van de meisjes. Bachnoe: ‘Die films verheerlijken zelfmoord, meisjes in nood herkennen zich erin.’ Onmogelijke liefde Dat ziet ook Indra Boedjarath (48), directeur van Mikado, landelijk kenniscentrum interculturele geestelijke gezondheidszorg. ‘In de Bollywoodcultuur wordt zelfmoord gesanctioneerd. Meisjes slaan die Bollywood-verhalen op en handelen ernaar.’ In haar lezingen gebruikt Boedjarath, die zelf een Hindostaanse achtergrond heeft, nogal eens het voorbeeld van de populaire Bollywood-film Mohabattein, waarin een jongen van een lagere kaste verliefd wordt op de dochter van een directeur. Vanwege het standsverschil is het een onmogelijke liefde. Het meisje, niet de jongen, maakt een eind aan haar leven. Boedjarath is als psychologe en psychotherapeut sinds 1989 actief in de interculturele hulpverlening. Ze weet dat Hindostaanse vrouwen onverminderd hoog scoren in de statistieken, maar merkt op dat ze in de laatste Haagse registratie (2008-2009) zijn gepasseerd door de Turkse meisjes. Die zijn net als Hindostaanse jonge vrouwen geneigd hun problemen te verinnerlijken, verklaart Boedjarath. ‘Meer dan Marokkaanse en autochtone meiden. De Marokkaanse meiden, die vaak ook klem zitten tussen twee culturen, slaan eerder van zich af.’ Alle migrantengroepen worstelen met problemen die met de migratie samenhangen. De meisjes worden beperkt bij het nemen van belangrijke levensbeslissingen, zoals het kiezen van de huwelijkspartner of de studierichting. Ze zijn minder vrij dan autochtone leeftijdsgenoten. ‘Maar specifiek voor Hindostaanse meiden is de grote prestatiedruk die ze ervaren en het gebrek aan affectie en geborgenheid in de directe omgeving’, zegt sociologe Diana van Bergen, die in 2009 promoveerde op suïcidaal gedrag van migrantenmeisjes. Bollywood Bij de diepte-interviews met Hindostaanse meiden viel haar op hoe liefdeloos ouders werden ervaren. ‘Er wordt van alles van die meiden geëist: doe dit, doe dat, haal het hoogste diploma, loop in de pas – maar nooit een arm om hen heen geslagen.’ Ze herinnert zich het verhaal van een meisje dat was misbruikt. ‘De moeder zei: nu moet jij zelfmoord plegen en je vader ook.’ Suïcidepogingen ondernemen om uit de problemen te komen is verweven met de Hindostaanse cultuur, zeggen Van Bergen en Boedjarath. De hoge scores onder Hindostaanse vrouwen zijn niet uniek voor Nederland. Boedjarath: ‘Suïcide staat op het netvlies van Hindostanen, wordt van generatie op generatie doorgegeven.’ Boedjarath pleit voor een doelgroepspecifieke aanpak en voorlichting op middelbare scholen. Ook het PvdA-Kamerlid Arib roept scholen op alert te zijn op signalen van hun leerlingen. ‘Bijvoorbeeld als meisjes erg stil zijn, of niet met hun familie op vakantie willen.’
Den Haag (ANP) – Er moet in de nabije toekomst een conferentie worden georganiseerd over zelfmoord(pogingen) bij hindostaanse meisjes, met onder meer mensen uit het onderwijs en de politiek. Dat zei Tweede Kamerlid Khadija Arib (PvdA) vandaag bij de presentatie in Den Haag van het boek Azijn in mijn aderen van Orchida Bachnoe. De schrijfster stelt daarin met een fictief verhaal het volgens haar zeer hoge aantal zelfmoorden en zelfmoordpogingen onder hindoestaanse meisjes aan de kaak. Volgens Bachnoe is zelfmoord in haar eigen hindoestaanse wereld een enorm taboe, waardoor het een verborgen probleem blijft en het lijkt of deze meisjes het gewoon goed doen in onze samenleving. Arib stelde al eerder dat de zorg de achtergrond van mensen die zelfmoord plegen of een poging doen, moet registreren. Alleen zo kan het probleem in beeld worden gebracht. De presentatie was in het Tweede Kamergebouw, maar de schrijfster had het boek liever op een middelbare school ten doop gehouden. Drie middelbare scholen in Den Haag wilden er hun vingers echter niet aan branden. En dat terwijl scholen juist alert op signalen zouden moeten zijn, aldus Arib. Het Kamerlid gaat ook vragen stellen aan de ministers van Volksgezondheid èn Onderwijs, kondigde ze woensdag aan. Ze noemde het heel moedig van Bachnoe dat die het probleem heeft aangekaart. [/themeum_collap] Den Haag – De zorg moet achtergrond, leeftijd en geslacht gaan registreren van mensen die een zelfmoord(poging) hebben begaan. Alleen zo kan worden vastgesteld hoe vaak en waarom dit gebeurt in kringen die er niet open over zijn. Dat zegt Tweede Kamerlid Khadija Arib (PvdA) in aanloop naar de verschijning van het boek Azijn in mijn aderen van Orchida Bachnoe. De schrijfster stelt daarin, met een fictief verhaal, het volgens haar zeer hoge aantal zelfmoorden en -pogingen onder speciaal Hindoestaanse meisjes aan de kaak. Het boek wordt volgende week aangeboden aan Arib, die al eerder alarm sloeg naar aanleiding van berichten in de media. Arib roept ook scholen op alert te zijn op signalen van hun leerlingen. „Bijvoorbeeld als meisjes erg stil zijn of niet met hun familie op vakantie willen.” Volgens Bachnoe is zelfmoord in haar eigen Hindoestaanse wereld een enorm taboe, waardoor het een verborgen probleem blijft. „Het is een grote schande. In de Hindoestaanse gemeenschap draait het veelal om uiterlijkheden. Je moet succesvol zijn, met een mooie opleiding, een mooi huis en een goede baan. Ook bij de partnerkeuze wordt er uit de omgeving druk uitgeoefend: een huwelijkskandidaat moet wèl status hebben. En je gelooft het misschien niet, maar de huidskleur speelt nog altijd een rol: een lichte huidskleur draagt bij aan de status.” Kopiëren van Bollywoodsterren Onder de diverse verdere oorzaken van zelfmoord is volgens Bachnoe ook kopieergedrag van Bollywoodsterren. Hindoestaanse meisjes doen vaker dan welke groep in Nederland ook één of meerdere pogingen tot zelfmoord, denkt Bachnoe. Ze haalt een onderzoek aan van sociologe Diana van Bergen. „Zij ontdekte op basis van cijfers van de Rotterdamse GGD dat bijna een op de vijf Hindoestaanse meisjes ooit een zelfmoordpoging deed. Van de Turkse meisjes had een kleine 15 procent het geprobeerd. Bij de Nederlandse meisjes lag het net onder de 10 procent. Marokkaanse meisjes doen juist minder vaak een zelfmoordpoging.” Directe aanleiding voor het boek was een meisje van 14 of 15 uit de omgeving van Bachnoe. „Ze belde aan: Orchida, ik heb pillen geslikt. Het meisje kwam uit een gezin waar ze geen eigen keuzes kon maken.” Omdat ze het moeilijk vond de zware materie feitelijk te verwerken, koos Bachnoe voor een fictief verhaal. Het eerste deel speelt zich in Den Haag af, het tweede in Mumbai, de stad van Bollywood. Orchida Bachnoe werd in 1965 in Paramaribo geboren. Ze studeerde Arabisch in Leiden en werkte op Aruba als journaliste voor de Amigoe. [/themeum_collap] Uitgever Franc Knipscheer, Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansingh, directeur van het Surinaams Inspraakorgaan Roy Khemradj, voormalig lid van de Tweede Kamer John Leerdam, voormalig lid van de Raad van State Gilbert Wawoe, vertegenwoordiger van FORUM Paul Groenestein, familieleden, vrienden, dames en heren, Permitteer mij om, alvorens ik enkele gedichten voordraag, kort in te gaan op de literaire carrière van Orchida Bachnoe en haar debuutroman Azijn in mijn aderen. Azijn in mijn aderen is niet de eerste publicatie van Orchida Bachnoe. Zij debuteerde vijf jaar geleden met het korte verhaal “Zelfs een iglo was warmer” in de verhalenbundel Waarover we niet moeten praten. Twee jaar later verscheen van haar hand het boek Lintjesregen dat een compilatie is van interviews van haar met vijftig personen die een lintje hebben gekregen. Op donderdag jl. werd een nieuwe editie van het literaire tijdschrift Extaze gepresenteerd met daarin als bijdrage van Orchida, een nieuw kort verhaal, getiteld “Tegengif”. In de Volkskrant kreeg deze uitgave van Extaze vier van de vijf sterren. “Tegengif” trok de aandacht van de Volkskrant-recensent die het een geestig verhaal vond. En vandaag een nieuwe roman. Orchida komt dus als schrijver van ver. Ook haar schrijftalent komt van ver. Het zit in haar genen. Munshi Rahman Khan was haar betovergrootvader. Deze contractarbeider die van India naar Suriname vertrok hield een dagboek bij. Dit dagboek is bewaard gebleven, het is vertaald in het Engels en gepubliceerd in India. Vreemd is dat. Je gaat weg als contractarbeider en je komt terug als boek! Het dagboek van Munshi Rahman Khan is niet onopgemerkt gebleven. In A writer’s people van Naipaul gaat deze Nobelprijswinnaar uitgebreid in op het dagboek van Munshi Rahman Khan. De doorgaans uiterst kritische Naipaul is vol lof over het dagboek van Munshi Rahman Khan en hij prijst de verbeeldingskracht van Orchida’s betovergrootvader. Verbeeldingskracht is ook een sleutelbegrip in Azijn in mijn aderen. Het boek gaat over twee Hindostaanse meisjes, Anjani en Teela, die opgroeien in Den Haag. Tot hun eigen verbazing belanden ze plotseling in Mumbai, in het hartje van Bollywood. Just imagine. Over verbeeldingskracht gesproken. Anjani en Teela hebben zoals elke puber liefdesproblemen. Wat Anjani en Teela onderscheidt van andere pubers, en wat Azijn in de aderen zo bijzonder maakt, is dat Anjani en Teela ook worstelen met de dood. Dat klinkt misschien vreemd, maar het is niet raar als men bedenkt dat één op de vijf Hindostaanse meisjes in Den Haag suïcide pleegt dan wel een poging daartoe onderneemt. Het siert Orchida dat ze in haar roman het taboe van suïcide onder Hindostanen niet omzeilt, en openhartig over dit delicate onderwerp schrijft. Liefde en de dood stormen dus door de harten van Anjani en Teela. Net als in mijn gedicht “Over kale vlakte van mijn hart” uit mijn bundel Sierlijke golven krullen van plezier: Over kale vlakte van mijn hart draven twee paarden. Twee op hol geslagen paarden, een witte en een zwarte, draven over kale vlakte van mijn hart. Wie zijn deze paarden? Is het witte paard de ontembare Liefde en is het zwarte paard de onbeheersbare Dood? De titel Azijn in mijn aderen is voor meerdere uitleg vatbaar. De titel verwijst naar onverdunde azijn wat veel gebruikt wordt bij suïcide. Maar als het woord azijn symbool staat voor suïcide, dan kan de titel van de roman ook geïnterpreteerd worden als “Suïcide in de aderen”. De titel van deze roman staat in dat geval symbool voor al die personen die helaas de diepgewortelde overtuiging hebben dat suïcide de enige oplossing is als het tegenzit. Dames en heren, Ik ga afronden. Ik ga besluiten met het splinternieuwe gedicht dat ik speciaal voor deze presentatie heb geschreven. Het gedicht heet “Voor wie zelfmoord overweegt” en het luidt als volgt: Als je overweegt om een streep te trekken door je leven. Als je overweegt om een punt te zetten achter je leven. Denk dan aan door droogte verdoofde bloemen die na de regentijd weer opbloeien. Bedenk dan dat ook jij weer kunt opbloeien na deze moeilijkheden. Bedenk vooral dat na elke nacht hoe donker en somber dan ook de zon weer opkomt, het licht weer doorbreekt.
door Arjan Peters Een gevierde dame, Erika Mann (1905-1969), leidster van de kritische cabaretgroep Die Pfeffermühle, die in de jaren dertig ook optrad in Den Haag. Toen ze in juni 1934 in Diligentia stond, stuurde de Haagse krant Vooruit een jonge redacteur op pad om Mann te interviewen in Konditorei Wien ‘op’ Scheveningen. Het verslag stond op 11 juni in de krant, en was nogal wijdlopig en pendant: ‘De intelligente lezer begint nu reeds te begrijpen waarom wij zooeven betoogden dat eenige hardhandigheid den reporter siert.’ Slechts een paar vragen kan hij stellen. Het Nederlandse publiek, zo hoort hij, ‘reageert veel beter dan we hadden verwacht.’ Volgens het achterplat van Extaze was die jonge reporter de leerling-verslaggever Simon Carmiggelt (18). Maar uit het essay van Marco Entrop blijkt dat het bewuste artikel niet ondertekend was, en dat Carmiggelt pas vanaf 1936 over toneel schreef in Vooruit. Het praatje met Erika Mann is ‘waarschijnlijk’ door Hessel Jongsma geschreven. Misschien maar goed ook. Behalve deze dooie mus bevat Extaze een geestig verhaal van Orchida Bachnoe (getiteldTegengif:red.), en een stuk over de jonge Aya Zikken (1919). Die mocht in 1940 voor de Kampioen van de ANWB een fietstocht door Brabant maken. Dat werd een boekje, Rijwieltochten door Brabant. Onschuld in oorlogstijd. Extaze: nummer 3 Vier van de vijf sterren In de Knipscheer; 96 pagina’s; 15 euro. ISSN 2211-6168
door Mahesvari Autar “Het was kwart voor vijf uur in de ochtend toen ik naar huis strompelde. Mijn hart gebroken, mijn kleren onder de kots en mijn armen onder de krassen. Het kon me allemaal niets schelen. Ik zag dat het licht in de woonkamer brandde. Shit. Hoe zou ik in godsnaam ongezien binnenkomen. Ik kon niet door de voordeur naar binnen en ook de achterdeur zat vergrendeld. Ik voelde het langzaam zwart om me heen worden.” Orchida Bachnoe heeft haar roman Azijn in mij aderen opgedragen aan Anil Ramdas als eerbetoon, maar ook omdat hij als Hindoestaanse schrijver een voorbeeldfunctie vervulde. ‘Hij was een zeer begaafd en erudiet mens. Door dit boek aan hem op te dragen uit ik mijn persoonlijke dankbetuiging naar hem toe, omdat hij mij als beginnend schrijver zijn hulp aanbood’. Het thema van Orchida’s boek is zelfmoord onder Hindoestaanse jongeren. En door de zelfverkozen dood van Anil Ramdas is dit thema weer zeer actueel geworden. Zelfmoord is een gevoelig onderwerp en om het bespreekbaar te maken onder jongeren heeft Orchida ervoor gekozen om het onderwerp met een humorisch sausje op te dienen. ‘Ik wilde jongeren bereiken en dat doe je niet als je moraliseert en belerend bezig bent. Ik heb geprobeerd hun taal te gebruiken en aan te sluiten bij hun leefwereld en hun spreektaal. Juist omdat het zo’n gevoelig en daarom een zwaar onderwerp is, is de rauwe realiteit alleen draaglijk met humor’. Het idee om een boek te schrijven over suïcide is drie jaar geleden ontstaan, toen Orchida in haar eigen directe omgeving werd geconfronteerd hiermee. ‘In het geval van suïcide raakte het mij enorm dat er niet meer over de overledene werd gesproken. Wat betreft de zelfmoordpoging, was ik natuurlijk blij dat deze nú was mislukt, maar hoe kon ik voorkomen dat er opnieuw een poging zou worden gedaan? Het zette mij aan het denken en uiteindelijk aan het schrijven van deze roman. Ik put daarbij uit de werkelijkheid, maar ik beschrijf die werkelijkheid wel met een vette knipoog’. Suïcide of poging daartoe komt veel voor onder Hindoestaanse jongeren, 1 op de 5 meiden in regio Den Haag denkt wel eens aan het plegen van zelfmoord. Ze laten zich inspireren door Bollywoodfilms, die in sommige gevallen zelfmoord zelfs verheerlijken. Gezien de populariteit van Bollywoodfilms onder Hindoestanen is de invloed niet te onderschatten. ‘Ik wil met dit boek meer aandacht voor personen die uiteindelijk niet kiezen voor suïcide maar voor verder leven, ondanks de problemen die er zijn, want die zijn er. Ik hoop dat jongeren zich laten inspireren door dit boek en kiezen voor het leven en hun dromen’.
door Ezra de Haan De roman bestaat uit twee delen. Het eerste speelt zich in Den Haag af, het tweede in Mumbai. Het eerste kun je nog het beste beschrijven als een mix tussen realisme en hedendaagse chicklit. Vooral omdat Bachnoe er de vaart in weet te houden. Zodra deel twee van boek begint, verandert ook de toon. Wie ooit een Bollywoodfilm zag, herkent de sfeer en de fantasie die kenmerkend is voor dit genre. Met Azijn in mijn aderen heeft Orchida Bachnoe een nieuw genre aan de Nederlandse literatuur toegevoegd: Bollywood-chicklit. Al moet ik niet vergeten te vermelden dat deze zeer prettig leesbare roman vooral belangrijk is door de inhoud. Juist door de wereld van scholieren toegankelijk te beschrijven, ziet Bachnoe kans te wijzen op de schrijnende gevallen van zelfmoord in de Hindostaanse wereld. Azijn in mijn aderen zou verplicht gelezen moeten worden door middelbare scholieren. Wellicht dat daardoor ook eindelijk de stilte rond suïcide en de reden tot het plegen daarvan verbroken kan worden
Op de dag dat haar favoriete Bollywoodster zichzelf van het leven berooft, hoort Anjani de stem van de beroemde actrice in haar hoofd. De stem geeft haar de opdracht een zelfmoorddagboek bij te houden. Anjani is een meisje dat in zichzelf een espressokleurige dwerg ziet. Klasgenoot Teela betrapt haar terwijl ze met een aardappelmesje haar arm verminkt op de wc. Ze worden ‘bloedzusters’. Het onafscheidelijke duo worstelt met het achttien zijn. Het vriendje belt niet of het vriendje wil maar een ding. Ruziënde ouders zijn gestoord. Chocoladelikeur en jonko’s zijn hét middel om abortus en old skool te vergeten.Knellende Hindostaanse gewoontes doen de rest. Een reeks zelfmoorden in de familie wordt verzwegen. Teela’s oom kan zijn handen niet van haar afhouden. De ouders van Anjani willen haar uithuwelijken aan de lelijkste jongen op aarde. In een taal, razend als een snelvuur, neemt Orchida Bachnoe in Azijn in mijn aderen de verwachtingen van haar hoofdpersonen op de korrel.Een satirische meidenroman geschreven in streetwise tempo waarin, na een dolzinnige wending, een Bollywoodtycoon Anjani en Teela voor de vuurproef stelt. Met haar boek Lintjesregen maakte Orchida Bachnoe naam bij een breed publiek. Als fictie-auteur debuteerde zij bij In de Knipscheer met een verhaal in de bundel Waarover we niet moeten praten (2007), verhalen van Surinaamse en Antilliaanse vrouwen. ‘Het was kwart voor vijf uur in de ochtend toen ik naar huis strompelde. Mijn hart gebroken, mijn kleren onder de kots en mijn armen onder de krassen. Het kon me allemaal niets schelen. Ik zag dat het licht in de woonkamer brandde. Shit. Hoe zou ik in Godsnaam ongezien binnenkomen. Ik kon niet door de voordeur naar binnen en ook de achterdeur zat vergrendeld. Ik voelde het langzaam zwart om me heen worden.’